Britse rechter kiest Chinees recht voor bitcoinclaims
Meer dan 61.000 bitcoin blijft bevroren
Dossier: Witwassen en terughalen
Het Britse High Court heeft gisteren bepaald dat Chinees recht geldt voor eigendomsclaims van Chinese beleggers op meer dan 61.000 bevroren bitcoin uit de Lantian Gerui-regelingen van Zhimin Qian. De uitspraak laat de vergoeding van afzonderlijke beleggers open. Eerst moet worden vastgesteld wat het Chinese recht inhoudt en of iedere aanvrager daadwerkelijk eigenaar is van het geclaimde vermogen. De uitkomst volgt later.
De rechter besliste daarmee alleen een voorvraag in de civiele terugvorderingsprocedure van de Britse vervolgingsautoriteit DPP. De uitkomst bleef gelijk bij toetsing aan Europese regels voor overeenkomsten en onrechtmatige daden en aan het Engelse conflictenrecht. De contracten, betalingen en omzetting van het geld in bitcoin waren in China geconcentreerd. De oorspronkelijke eigendomsrechten blijven daardoor onder Chinees recht vallen, ook nadat de bitcoin in Engeland belandde.
Een persoonlijke vordering ter hoogte van de inleg is daarbij onvoldoende. Een aanvrager moet onder artikel 281 van de Britse Proceeds of Crime Act aantonen dat eigendom door onrechtmatig gedrag is afgenomen en dat het geclaimde vermogen hem of haar toebehoort. De wettelijke regels volgen geldstromen, maar laten de omvang van het eigendomsrecht ongewijzigd.
Beleggersgeld werd bitcoin
Volgens de voor het tussenvonnis overeengekomen feiten organiseerde Qian tussen 2014 en juli 2017 ongeveer tien ponziregelingen, vooral via de Chinese onderneming Tianjin Lantian Gerui Electronic Technology. Die onderneming had geen vergunning voor financiële producten. Een audit telt minstens 128.409 investeringscontracten. Het slachtofferaantal kan lager liggen.
In een door het High Court aangehaald Chinees vonnis staat dat beleggers van 2014 tot en met 2017 circa £4,1 miljard inlegden. Binnen de regelingen werd circa £3,4 miljard terugbetaald. Via een account bij cryptobeurs Huobi op naam van bestuurder Jiangtao Ren werden in dezelfde periode meer dan 100.000 bitcoin gekocht. Er kwamen ook bitcoin binnen via rechtstreekse transacties en mining.
De Londense politie Metropolitan Police doorzocht op 31 oktober en 1 november 2018 een pand en een kluis. Agenten namen apparaten, toegangssleutels en andere bezittingen mee. Bij Qians arrestatie in april 2024 volgde meer beslag. Het vonnis noemt voor de huidige civiele procedure ruim 61.000 bitcoin en laat het exacte saldo en de waarde op de dag van de uitspraak open.
De strafrechter stelde eerder vast dat Qian bij aankomst in het Verenigd Koninkrijk circa 70.000 bitcoin in vier wallets bezat, destijds ongeveer £305 miljoen waard. Op 31 oktober 2018 ging het om 71.417 bitcoin in zeven wallets. De cryptovaluta die de politie tussen juni 2021 en september 2025 daadwerkelijk terughaalde, was toen meer dan £1,5 miljard waard. Die cijfers betreffen Qians ruimere cryptobezit, terwijl het civiele vonnis ruim 61.000 bitcoin noemt.
Slachtoffers dienen claims in
De DPP begon de civiele procedure op 18 september 2024. Het vermogen valt onder Britse rechtsmacht en is bevroren en onder beheer geplaatst. Na het bevriezingsbevel dienden slachtoffers talrijke verzoeken in om vermogen terug te krijgen. De vervolgingsdienst beloofde mogelijke rechthebbenden eerst een redelijke termijn te geven voor juridisch advies en zulke verzoeken.
Qian bekende in september 2025 schuld aan bezit en overdracht van crimineel vermogen. Zij kreeg op 11 november 2025 een gevangenisstraf van 11 jaar en 8 maanden. Helper Seng Hok Ling kreeg na zijn schuldbekentenis 4 jaar en 11 maanden. Jian Wen werd in maart 2024 veroordeeld op een witwasaanklacht; twee andere aanklachten bleven op het dossier liggen.
Het tussenvonnis beperkt zich tot het recht waarmee de eigendomsclaims later worden beoordeeld. Inleg, rente, bitcoin en koerswinst komen pas in die latere beoordeling aan bod. Bij meer dan 61.000 bitcoin was het toepasselijke recht al een uitspraak op zichzelf.
